Wir verwenden Cookies, um bestimmte Funktionen unserer Website zu ermöglichen und Zugriffe auf unsere Website zu analysieren. Wenn Sie auf unserer Website weitersurfen, stimmen Sie der Nutzung von Cookies zu. Mehr Informationen hierzu finden Sie in unserer Datenschutzerklärung.

Ok

 

16.02.2012

Wanneer tegenstellingen aantrekkelijk zijn

Warmte, kou, harmonie en spanning: hoe kleurcontrasten worden gebruikt als vormgevingsinstrument

Kleuren scheppen een bepaalde sfeer. Zo is rood stimulerend, terwijl blauw eerder een rustgevende invloed heeft. Maar bij combinatie van een kleur met contrasterende kleuren kan het oorspronkelijke effect zowel sterker als anders of zwakker worden. Een kleurcontrast zet accenten, roept stemmingen en meestal ook spanningen op, die – afhankelijk van de keuze van de kleuren – als levendig en verfrissend of als opdringerig, onrustig makend en onaangenaam kunnen worden ervaren.

Het oranjerood en het blauw op de wand doen een typisch koud-warmcontrast ontstaan.
Het oranjerood en het blauw op de wand doen een typisch koud-warmcontrast ontstaan.

Kleurcontrasten kunnen benadrukken, wijzen op verschillen of gewoon de aandacht trekken. Ze bieden talloze vormgevingsmogelijkheden die met één kleur alleen niet gerealiseerd kunnen worden. Een van de eenvoudigste kleurcontrasten is het zogenaamde kleur-op-zich-contrast, waarbij kleuren in hun grootste lichtintensiteit met elkaar worden gecombineerd. Deze vorm van kleurkeuze heeft altijd een sterke, in het oog springende werking en zet uiterst dynamische accenten.

Voor een harmonieuze interieurvormgeving is dit contrast daarom minder geschikt, tenzij het zeer weloverwogen wordt toegepast. Het duidelijkst is het effect waarneembaar bij combinatie van de drie basiskleuren rood, geel en blauw, omdat deze kleuren het sterkste kleur-op-zich-contrast bewerkstelligen. Hoe meer de gecombineerde kleuren afwijken van de drie basiskleuren, hoe minder uitgesproken het contrast is en hoe zwakker het contrasteffect.

Het licht-donkercontrast is eveneens betrekkelijk ongecompliceerd en geladen. Bij dit contrast worden er kleuren met een verschillende helderheid gebruikt, d.w.z. polaire tegenstellingen. Het absoluut sterkste licht-donkercontrast wordt bereikt met de combinatie van zwart en wit. Minder sterke contrasten worden gerealiseerd met de talloze grijsnuances die tussen zwart en wit in liggen. Maar ook bij de combinatie van kleuren kan worden gespeeld met verschillen in helderheid. Het licht-donker-contrast wekt enerzijds snel spanningen en onrust op, maar zorgt anderzijds ook voor afwisseling.

Een contrast waarmee veel effect kan worden bereikt doordat de twee kleuren die dit contrast vormen, in de betreffende combinatie de grootste lichtintensiteit hebben, is het complementaire contrast. Hierbij worden twee kleuren met elkaar gecombineerd die zich in de kleurencirkel tegenover elkaar bevinden en bij menging een neutraal grijs doen ontstaan. Iedere kleur heeft maar één complementaire kleur. Complementaire kleurenparen zijn bijvoorbeeld rood en groen, geel en violet en oranje en blauw.

Vooral wanneer het erom gaat sfeer te scheppen en stemming te brengen, is ook de temperatuur van een kleur van doorslaggevend belang. Zo behoren kleuren uit het rood-oranje-geelgebied tot de warme kleuren en kleuren uit het groen-blauw-violetgebied tot de koude. Wanneer een ruimte vooral is ingericht met koude kleuren, wordt de temperatuur ook inderdaad als ongeveer vier graden Celsius lager ervaren. Worden warme kleuren gecombineerd met koude, dan spreekt men van een koud-warmcontrast. Het sterkste koud-warmcontrast wordt bereikt door combinatie van oranjerood met blauwgroen.

Tenslotte spelen ook de kwaliteit en de kwantiteit van de gebruikte kleuren een rol bij het kleurdesign: wanneer verzadigde, stralende kleuren met een grote lichtintensiteit worden gecombineerd met onverzadigde, grauwe kleuren – dus bijvoorbeeld felrood met bleekrood –, is er sprake van een kwaliteitscontrast. Het gebruik van kleurvlakken van verschillende grootte – dus de tegenoverstelling van groot en klein, van veel en weinig – wordt kwantiteitscontrast genoemd. Een contrastrijk kleurdesign bestaat vaak uit een combinatie van verschillende contrasten. Overigens kunnen er door één enkele kleurencombinatie ook verschillende contrasten tegelijk ontstaan. Zo is bijvoorbeeld de combinatie van rood en groen zowel een complementair contrast als een koud-warmcontrast.