15.03.2011

Waarom vrouwen van roze houden

De voorliefde voor roodachtige blauwtinten is genetisch bepaald, denken onderzoekers

Roze en pink spreken vooral vrouwen aan – mogelijk omdat een voorliefde voor roodachtige blauwtinten bij hen in de genen zit. Foto: titia, PhotoCase.com

Meisjes houden van roze. Dat blijkt al wanneer je een blik op Barbie en consorten werpt. Lange tijd hebben onderzoekers gedacht dat deze voorkeur een zuiver maatschappelijk fenomeen is: als baby worden meisjes al in roze jurkjes gestoken, krijgen ze roze beddengoed en speelgoed in verschillende tinten roze, terwijl jongens omgekeerd worden overstelpt met blauw – logisch dat dit bepalend is voor de latere lievelingskleuren. Twee Britse onderzoeksters hebben nu echter aangetoond dat hier ook meer achter zou kunnen zitten dan een simpel gewenningseffect. Zij denken dat de voorliefde voor roze of in ieder geval voor roodachtige blauwtinten vast verankerd is in de vrouwelijke hersenen – eenvoudigweg omdat deze tinten de mensen in vroegere tijden hielpen overleven.

Om een antwoord te vinden op de vraag of lievelingskleuren misschien biologisch bepaald zijn, rekruteerden Anya Hurlbert en haar collega Ling Yazhu in totaal 198 vrijwilligers. Van deze proefpersonen waren er 171 geboren Britten, die dus waren opgegroeid met de klassieke westerse blauw-rozeverdeling. De overige proefpersonen waren afkomstig uit China, een land waar kleuren een volkomen andere betekenis hebben. Ieder effect dat zich in beide groepen voordeed, zo redeneerden de onderzoeksters, moest dus berusten op een biologisch en niet op een cultureel mechanisme.

In het eigenlijke onderzoek kreeg iedere deelnemer op een monitor na elkaar twee van acht verschillende kleuren te zien waarvan hij dan moest aangeven welke kleur hem persoonlijk het meest aansprak. Bij de evaluatie van de antwoorden concentreerden de wetenschapsters zich op twee schalen die volgens de theorie van de complementaire kleuren de basis vormen voor de menselijke kleurwaarneming en waarin alle kleuren onbewust worden ondergebracht. De ene schaal omvat geel en blauw en ontstaat door verrekening van de signalen van alle drie de soorten kegeltjes in het oog. De andere schaal omvat rood en groen en beoordeelt het verschil tussen de signalen van de L-kegeltjes, die gevoelig zijn voor licht met een lange golflengte, en de M-kegeltjes, die gevoelig zijn voor licht met een middellange golflengte.

Wanneer alleen de blauw-geelschaal in aanmerking werd genomen, gaven alle proefpersonen onafhankelijk van hun geslacht of herkomst de voorkeur aan de kleur die van de twee het meest blauwachtig was, zo ontdekten de onderzoeksters – een resultaat dat overeenstemde met de uitkomsten van vroegere studies, waarbij blauw de populairste van alle kleuren bleek te zijn. De evaluatie van de voorkeuren voor kleuren op basis van de rood-groenschaal leidde tot een geheel ander resultaat: hier tendeerden de vrouwen naar een voorkeur voor rood, terwijl de mannen vaker de kleuren kozen die meer naar groen neigden. Mannen, zo concludeerden de onderzoeksters, vinden dus een betrekkelijk zuiver blauw het mooist dat op zijn hoogst een klein percentage groen bevat, terwijl vrouwen eenduidig de voorkeur geven aan roodachtige blauwtinten die in de richting gaan van violet.

Deze voorliefde zou volgens Hurlbert en Yazhu al in een grijs verleden ontstaan kunnen zijn, toen de mensen nog leefden als jagers en voedselverzamelaars. Blauw heeft toen mogelijk al positieve associaties opgeroepen, bijvoorbeeld omdat een blauwe lucht aangaf dat er in ieder geval geen noodweer op komst was en helder blauw water zonder risico gedronken kon worden. Voor de vrouwen was een voorliefde voor roodachtige tinten bovendien nuttig – en dat zelfs om twee redenen: deze maakte het hun gemakkelijker om rijpe vruchten en andere eetbare plantendelen tegen de groene achtergrond van de planten te identificeren en maakte hen tegelijkertijd gevoelig voor zelfs de kleinste veranderingen in de gelaatskleur van de medemens als teken van een stemmingswisseling of mogelijke gezondheidsproblemen.

Of deze interpretatie juist is, laten de wetenschapsters echter nog open. Ze hebben niet volledig kunnen uitsluiten dat de voorliefde van vrouwen voor rood toch cultureel is bepaald. In China heeft rood als de kleur van het geluk een buitengewoon positieve lading. Dat zou de voorliefde van vrouwen voor roodachtige tinten – in ieder geval ten dele – evengoed kunnen verklaren. (ilb)