Wir verwenden Cookies, um bestimmte Funktionen unserer Website zu ermöglichen und Zugriffe auf unsere Website zu analysieren. Wenn Sie auf unserer Website weitersurfen, stimmen Sie der Nutzung von Cookies zu. Mehr Informationen hierzu finden Sie in unserer Datenschutzerklärung.

Ok

 

13.04.2011

Waarom de blozende Rubens-lady verbleekt

Licht en minimale hoeveelheden chloride zijn er de oorzaak van dat het rood van een schilderij van Rubens langzaam maar zeker steeds meer zwart-witte vlekken vertoont.

Stralende kleuren, licht en het wisselspel van schaduwen en felle kleuren waren de belangrijkste middelen waarmee de Vlaamse schilder Peter Paul Rubens zijn schilderijen op een zo karakteristieke manier levendig maakte. Maar juist deze typische kenmerken zijn in ieder geval bij een van zijn schilderijen in gevaar: in het oorspronkelijk zo heldere rood van zijn "Portret van een jonge vrouw" ontstaan zwarte en witte punten, terwijl de kleur tegelijkertijd steeds minder stralend wordt.

Portret van een jonge vrouw: het rood in dit schilderij van Peter Paul Rubens vertoont hoe langer hoe meer zwart-witte vlekken. Foto: Mauritshuis, Den Haag
Foto: Mauritshuis, Den Haag

Het stralende rood dat plotseling zwart-wit wordt, heeft wetenschappers lange tijd voor een raadsel gesteld. Rubens gebruikte in zijn schilderij cinnaber, een pigment dat bestaat uit kwik en zwavel en ook vaak vermiljoen wordt genoemd. Het is weliswaar bekend dat cinnaber niet volledig lichtecht is en onder invloed van licht een donkere, bijna zwarte kleur kan aannemen, maar dat verklaart noch het verbleken noch de merkwaardige witte punten die op het schilderij van Rubens te zien zijn.

Om precies te kunnen bepalen welke chemische processen hieraan ten grondslag liggen, heeft de Nederlandse natuurkundige Katrien Keune enkele cinnaberdeeltjes grondig onder de loep genomen. Ze bekeek deze deeltjes onder sterke microscopen, bestraalde ze met ultraviolet licht en leidde ze door een zogenaamde massaspectrometer om hun exacte samenstelling te bepalen.

Daarbij viel de onderzoekster onder de microscoop al een bijzonderheid op: sommige cinnaberdeeltjes waren niet volledig, maar alleen gedeeltelijk verkleurd. Zo waren er bijvoorbeeld pigmenten waarvan de bovenrand zwart was, terwijl de rest nog stralend rood van kleur was. In dit stadium was er bovendien geen spoor te zien van de witte vlekken – een duidelijke aanwijzing dat de zwarte en witte vlekken niet zoals tot nu toe werd aangenomen, tegelijkertijd ontstaan. Het lijkt bij het kleurverlies te gaan om een proces dat zich voltrekt in twee fasen: eerst worden de deeltjes zwart en pas daarna vormen ze de witte vlekken.

Met behulp van de massaspectrometer kon Keune uiteindelijk ook de veroorzaker van de verandering identificeren. Het oorspronkelijke vermiljoen bleek sporen te bevatten van chloride, dat in de loop der tijd in hoeveelheid toenam en complexen vormde met het kwik. Het chloride moet dus bij de reactie tussen het cinnaber en het daarop vallende licht als katalysator hebben gefungeerd en het proces hebben versneld, zo concludeerde de onderzoekster. Daarbij ontstonden er minuscule bolletjes zuiver kwik. Doordat deze het licht volledig absorberen, zijn ze op het schilderij te zien als zwarte punten. Daarna is dit metallische kwik klaarblijkelijk een reactie aangegaan met het overtollige chloride, waardoor wit kwikchloride is ontstaan – en dit heeft op zijn beurt de eigenaardige witte vlekken in het schilderij veroorzaakt.

Ondanks dit succesvolle onderzoek hebben de wetenschappers nog steeds een probleem: ze kunnen de zwart-witovergang dankzij hun nieuwe inzichten weliswaar vertragen, maar het proces is niet omkeerbaar. Met andere woorden: het verbleekte rood is onherroepelijk verdwenen – en daarmee ten dele ook de levendigheid die Rubens zo meesterlijk in beeld wist te brengen.