27.10.2011

Verven met hout

De Mexicaanse campêcheboom is nog altijd een belangrijke verfleverancier

Hout als verfleverancier? Wie uitgaat van Europese houtsoorten zoals beuken-, vuren- of eikenhout, kan zich nauwelijks voorstellen dat er van hout een krachtige blauwe verfstof kan worden gemaakt. Maar de Mexicaanse campêcheboom diende eeuwenlang als een waardevolle bron van blauwe verfstof en werd met tonnen tegelijk in Europa geïmporteerd. En ondanks het enorme aanbod aan goedkope synthetische stoffen worden er uit deze boom nog steeds verfstoffen gewonnen.

De campêcheboom met zijn gevederde bladeren kan wel tien meter hoog worden. De kleur van het licht naar viooltjes ruikende kernhout verandert bij opslag van bruin in rood. Dit komt doordat het hout hematoxyline bevat, een stof die in zuivere toestand kleurloos tot beige is, maar bij opslag door oxidatie met de zuurstof uit de lucht verandert in de kleurstof hemateïne. Om deze zogenaamde rijping te versnellen, wordt het hout vaak fijngeraspt, zodat de oppervlakte groter wordt en er meer zuurstof met het hout in aanraking komt. Hemateïne is wateroplosbaar en kan door uitkoken uit het hout worden vrijgemaakt.

De kleur van de op deze manier verkregen verfstof kan door toevoeging van zouten worden beïnvloed. Zo resulteert toevoeging van aluin in een blauwe kleur, toevoeging van tinzouten in violet en toevoeging van koper, ijzer en chroom in zwarte tinten. Het blauwhout wordt zowel als geraspt hout als in de vorm van een poedervormig extract op de markt gebracht.

Verven met hout, Foto: Kurt Stueber, GNU Free Documentation License

De campêcheboom ziet er vrij onopvallend uit en wekt niet bepaald de indruk dat hij een krachtige kleurstof levert. Foto: Kurt Stueber, GNU Free Documentation License

Foto: cm11, Photocase.com

Foto: cm11, Photocase.com

 

In Europa is blauwhout bekend geworden, nadat de Spaanse conquistador Hernán Cortés tussen 1519 en 1521 delen van het huidige Mexico had veroverd. De boom is namelijk van oorsprong afkomstig van het Mexicaanse schiereiland Yucatán. In de zeventiende en achttiende eeuw werd blauwhout door de Spanjaarden vanuit de havenstad Campêche – waarnaar de boom die het blauwhout levert, is genoemd – in grote hoeveelheden naar Europa geëxporteerd. Soms werd er wel 13.000 ton per jaar per schip over de Atlantische Oceaan vervoerd. Omdat de vracht zo kostbaar was, moest de Spaanse marine de handelsschepen escorteren om ze te beschermen tegen overvallen door piraten.

Blauwhout was als verfstof voor katoen en linnen in Europa al snel zo populair, dat er in de negentiende eeuw plantages werden aangelegd op Jamaica en Haïti. Jamaica is nog steeds een belangrijk centrum voor de teelt van het gekleurde hout. Naar schatting bedraagt de omzet wereldwijd ca. 30.000 ton per jaar.

Lange tijd werd blauwhout beschouwd als een bijzonder edele kleurstof voor het zwartverven van textiel. Terwijl de gewone man genoegen moest nemen met het "zwart voor de armen" van de elzenbast, droeg de adel kleding die met blauwhout was geverfd. Een bijzonder goede naam had blauwhout ook als kleurstof voor het zwartverven van zijden textielwaren, zoals kousen en ondergoed. Tot in het jongste verleden werden zelfs nylonkousen en lingerie zwart geverfd met blauwhoutextracten. Tegenwoordig wordt de kleurstof hematoxyline vooral gebruikt in laboratoria om cel- en weefselstructuren zichtbaar te maken.