04.08.2011

Schilders in het stenen tijdperk

Al minstens 30.000 jaar weet de mens hoe hij kleurstoffen moet maken

De artistiek waardevolle schilderingen in de grot van Chauvet in Frankrijk zijn ca. 30.000 jaar oud. Foto:Wikipedia.de

Het moment waarop de mens de schilderkunst begon te beoefenen, ligt ver terug. Meer dan 30.000 jaar geleden krasten er al mensen tekeningen of reliëfs in het gesteente of gebruikten ze de structuur van rotsen om driedimensionale afbeeldingen te maken. Deze kunstenaars – die hun verf deels zelf maakten en al vertrouwd waren met natuurharen kwasten en spuittechniek – toverden met zoveel vaardigheid afbeeldingen op de rotsen, dat ze het zonder meer hadden kunnen opnemen tegen hun hedendaagse vakgenoten.

Een groep wolharige neushoorns trekt voorbij, dicht gevolgd door een kudde bizons. Wat verderop lopen er rode beren rond, duiken er leeuwenkoppen op en maakt een stel mammoets het zich gemakkelijk – in de grot van Chauvet in de buurt van het Franse plaatsje Vallon-Pont d’Arc bevinden zich zo'n vierhonderd afbeeldingen van dieren op de rotswanden. Ze zijn meer dan 30.000 jaar geleden ontstaan en gelden daarmee als de oudste bekende grotschilderingen ter wereld. De grot van Chauvet, die ook wel de "Sixtijnse Kapel van de oertijd" wordt genoemd, is een van meer dan driehonderd grotten met rotstekeningen die tot nu toe in Europa zijn ontdekt. Maar ook in de Verenigde Staten, Afrika en Australië hebben mensen zich al lang geleden op rotstekeningen vereeuwigd – niet alleen in grotten, maar ook onder overhangende rotsen en op rotspartijen en -blokken.

De kunstenaars in het stenen tijdperk beschikten al over diverse bewerkings- en schildertechnieken die nu nog worden gebruikt. Zo krasten ze bijvoorbeeld met vuursteen afbeeldingen in de rotsen, ofwel alleen als lijnen ofwel in de vorm van complete reliëfs. Vaak integreerden ze de natuurlijke lichte oneffenheden, scheuren en uitsteeksels van de rotsen in hun afbeeldingen, waardoor er kunstige driedimensionale tekeningen ontstonden. De kleur van de contouren brachten ze aan met hun vingers, stukken houtskool of van dierenhaar gemaakte kwasten. De vlakken vulden ze door met hun mond of met pijpbeenderen verf op te spuiten of door deze zoals dat tegenwoordig bij pastelschilderen wordt gedaan, tijdens het opbrengen met de vingers of de vlakke hand uit te wrijven.

Foto: Ulrich Dewald
Foto: Ulrich Dewald

Ook de verf zelf bewerkten ze al vakkundig. Wel bleef het kleurenassortiment vaak beperkt tot rood in alle tinten, zwart en grijs in verschillende nuances. Soms gebruikten ze daarnaast geel, bruin of wit. Dit was vooral afhankelijk van de natuurlijke pigmenten die hun ter beschikking stonden. Voor rood gebruikten ze ijzerertsen zoals hematiet, dat ook wel bloedsteen wordt genoemd, en magnetiet alsmede oker, een mengsel van verschillende verweringsproducten van ijzererts. Sommige grotschilders wisten toen al hoe ze ijzerhoudend gesteente moesten verhitten om een blijvend schitterend rood te verkrijgen.

Daarnaast reinigden de kunstenaars in het stenen tijdperk hun verf door ongewenste bijstoffen uit te wassen. Om ervoor te zorgen dat de verf beter dekte, voegden ze er bijvoorbeeld leem, talk, veldspaat of graniet aan toe. Op kleihoudende wanden vermengden de grotschilders de verf eenvoudigweg direct met de ondergrond. Wanneer een rots ruw en vochtig was, gebruikten ze waarschijnlijk oliën, vetten en harsen als toevoeging. Ook het mineraalhoudende water uit de grotten, bloed en zelfs speeksel worden door sommige wetenschappers als mogelijk mengmateriaal beschouwd. Voor speciale optische effecten zorgde in bepaalde grotten bovendien fijn verdeeld goudglimmer, het zogenaamde biotiet, dat het oppervlak een mooie glans gaf.

Dergelijke vaardigheden wijzen erop dat de schilders in het stenen tijdperk over omvangrijke kennis beschikten van perspectieven, schildertechnieken, kleurstoffen en de eigenschappen daarvan. De mensheid heeft het aan hen te danken dat de meeste verfstoffen nog steeds bestaan. Wat de toenmalige kunstenaars niet konden vermoeden, is dat wanneer te veel mensen hun werk bewonderen, de kleuren door hun vochtige adem verloren gaan. Daarom zijn de meeste grotten, nadat de wanden waren aangetast door algen of de verf was gaan schimmelen, gesloten voor het grote publiek. Om de kunst uit het stenen tijdperk toch toegankelijk te maken, zijn bijvoorbeeld van delen van Lascaux en Chauvet in de buurt van de originele grotten complete replica's gemaakt.