Wir verwenden Cookies, um bestimmte Funktionen unserer Website zu ermöglichen und Zugriffe auf unsere Website zu analysieren. Wenn Sie auf unserer Website weitersurfen, stimmen Sie der Nutzung von Cookies zu. Mehr Informationen hierzu finden Sie in unserer Datenschutzerklärung.

Ok

 

21.07.2011

Leren van lazuren

36.000 keramiekstaven geven Museum Brandhorst in München kleur

Ruimtelijk changerende gevel: de optische geleding van het spectaculaire Museum Brandhorst in een verdiepinghoge sokkel, een dakkubus en de kop van het gebouw is voornamelijk het resultaat van de kleurstelling. Foto: Achim Pilz
Foto: Achim Pilz
Foto: Achim Pilz
Foto: Achim Pilz

In het voorjaar van 2009 is in München het Museum Brandhorst geopend, dat ruim 700 moderne kunstwerken herbergt. De kleurrijke, changerende gevel lijkt zelf ook een kunstwerk en nodigt vanaf elke afstand uit aangeraakt en bekeken te worden. Uit de verte lijkt de polychrome gevel deels te zijn uitgevoerd in donkere kleuren, deels in lichte kleuren en deels in tussenkleuren. Van dichtbij gaat het geheel over in één kleurrijke massa: de achtergrond is horizontaal verdeeld in twee delen van verschillende kleur. Daarvoor zweven in verschillende kleuren geglazuurde, 1,20 meter lange staven van keramiek die zijn gegroepeerd in verschillende kleurfamilies. Het architectenbureau Sauerbruch Hutton uit Berlijn heeft het idee hiervoor ontleend aan het lazuren en bij de uitvoering gebruik gemaakt van de meest uiteenlopende kleurschakeringen en materialen. De gevel van het museum heeft hierdoor een tot nu toe ongekend levendige diepte verkregen.

Doordat de horizontale delen zijn bedekt met de verticale, een paar centimeter daarvoor bevestigde staven, ziet het oppervlak er afhankelijk van het gezichtspunt van de toeschouwer iedere keer weer anders uit. Schuin van voren gezien verbinden de verticale keramiekstaven zich tot een gesloten huid, recht van voren gezien gaat deze huid open en krijgt de horizontale achtergrond de nadruk. Door deze eenheid die het oppervlak op het oog vormt, komt het gebouw over als een beeldhouwwerk.

Sauerbruch en Hutton hebben hier laten zien wat ze hebben geleerd van lazuren, want net als bij lazuren liggen pigmenten van verschillende kleur dicht naast en boven elkaar en genereren deze een uniforme kleur, die door de korrelstructuur van de ondergrond nog eens extra wordt verdicht. Alleen onder de microscoop kunnen de pigmenten van elkaar worden onderscheiden.

Bij de gevel van Museum Brandhorst is het lazuurprincipe veranderd in een dimensie- en materiaalsprong. In plaats van pigmenten zijn hier gekleurde staven gebruikt. De configuratie van deze staven hebben de architecten uiterst nauwkeurig gepland. Zo doorbreekt bijvoorbeeld een concentratie van oranje staven aan de randen van de kop van het gebouw het tweedimensionale karakter. De keramische elementen voor de metalen achtergrond zijn deels zelfs licht wolkvormig gegroepeerd, zoals dit van lazuren bekend is. Desondanks lijkt het alsof de staven elkaar willekeurig afwisselen.

De keramische elementen nodigen uit om te worden aangeraakt. Ze zijn glad geglazuurd, licht glanzend en van dichtbij bekeken wat onregelmatig van kleur. Want hier en daar schijnt de okerkleurige korreling van het materiaal door het glazuur door, waardoor dit lichter lijkt en er een aangenaam levendig effect ontstaat. Ook enkele ongedekte plekken in het glazuur vertellen het verhaal van de totstandkoming.

Een uit München afkomstige voorbijganger laat zich in negatieve bewoordingen uit over het museum: "Het is net een schoenendoos met gekleurde lucifers rondom. Waar is de geleding van de gevel gebleven?" Hij vergist zich echter. Zijn geleding verkrijgt het gebouw voornamelijk door de kleur: een brede raamstrook scheidt de verdiepinghoge, donkergekleurde sokkel van de even hoge dakkubus, die lichter van kleur is. Het derde gedeelte van het gebouw, de kop met zijn paraboolvormige omtrek, steekt van de beide andere delen af door een nog wat lichtere kleur.

De staven van de sokkel zijn overwegend uitgevoerd in aardkleuren. Het karakter dat dit gedeelte van het gebouw daardoor heeft, wordt versterkt door het gebruik van donker antraciet en gedekte violet-, groen- en donkere roodtinten. In het frontaanzicht domineren het donkere rood en het blauwgrijs van de ondergrond. Deze kleuren versterken de rust die het gebouw uitstraalt. De dakkubus wordt verlevendigd door een herfstachtig, geel-rood glinsterend kleurenspel met staven in lichtgroen, geel en oker en hier en daar wat donkere tinten. Hier is de ondergrond met zijn twee lichtere kleuren ook in het frontaanzicht minder beeldbepalend.

De volumineuze kop van het gebouw tenslotte oogt door de combinatie van ingetogen pastelkleuren wat lichter. Bovendien wordt het geheel op verschillende manieren onderbroken, enerzijds door de voortzetting van de donkere benedenverdieping en anderzijds door de ingang, waarvan de beglazing afhankelijk van de daglichtsituatie nu eens het zonlicht weerspiegelt en dan weer door de straling van het kunstlicht in het niets opgelost lijkt te zijn. De ondergrond van de kop van het gebouw is oudroze en dus nog wat lichter dan de lichtrode ondergrond van de dakkubus. Afhankelijk van de stand van de zon reflecteert de uit gevouwen plaatstaal opgebouwde onderconstructie een bepaalde hoeveelheid licht en treedt deze daardoor meer of minder op de voorgrond.

Bijzonder is dat de gevel zo is ontworpen, dat deze ook een akoestische functie heeft. De onderconstructie is niet alleen afwisselend licht omhoog en omlaag gekanteld, maar ook voorzien van kleine gaatjes. Daardoor wordt het geluid enerzijds gedempt en anderzijds in twee richtingen teruggekaatst, zodat het geluidsniveau van het verkeer in de aangrenzende straten wordt gereduceerd – naast de kleur is ook dit een weldaad voor de kunstliefhebber. Zo heeft deze in München naast de Alte en de Neue Pinakothek, de Pinakothek der Moderne, de Glyptothek en de Antikensammlung nu nog een spectaculair gebouw dat het bezoeken zonder meer waard is. (ap)