15.09.2011

Het geheim van de groene weide

Onderzoekers vinden tweede Van-Gogh-schilderij onder bekend werk van de schilder

Zonder het bovenliggende schilderwerk te beschadigen, zijn onderzoekers erin geslaagd het overschilderde vrouwenportret met een grote detailnauwkeurigheid zichtbaar te maken. Foto: DESY Hamburg

Zijn leven was kort, maar wordt wel als buitengewoon productief beschouwd: toen de uitzonderlijke schilder Vincent van Gogh in 1890 overleed, liet hij meer dan achthonderd schilderijen na. In werkelijkheid was het aantal werken van de kunstenaar waarschijnlijk nog veel groter, want er worden steeds meer schilderijen ontdekt waaronder een ander, ouder werk verborgen zit. Een van die verborgen werken heeft een Duits-Nederlands-Belgisch onderzoeksteam nu weer zichtbaar gemaakt – met een tot nog toe ongekende detailnauwkeurigheid.

In 1887 schilderde Van Gogh in Parijs een deel van een groene weide. Het betreffende schilderij, dat hij "Grasgrond" noemde, behoort thans tot de collectie van het Kröller-Müller-Museum in Otterlo. Zoals uit een röntgenanalyse van dit schilderij enkele jaren geleden al was gebleken, heeft hij hiervoor echter geen nieuw doek gebruikt, want op de röntgenfoto's waren door de weide heen de vage omtrekken van een kop te zien.

Details waren daarbij echter niet te herkennen. Het probleem: de röntgenfoto's werden volgens hetzelfde principe gemaakt als bij een botbreuk. Er werden dus röntgenstralen op het schilderij afgeschoten en daarachter werd gemeten hoeveel straling het doorliet. Daarbij was vooral de verdeling van zware metalen zoals lood, koper en kwik in de pigmenten zichtbaar, want deze stoffen zwakken de stralen af. Van Gogh gebruikte echter vrijwel uitsluitend verfstoffen met pigmenten die zware metalen bevatten, zoals loodwit en vermiljoen, en behandelde zijn doeken bovendien voor het schilderen met een loodhoudende grondering – met het gevolg dat de röntgenstraling bijna overal werd geabsorbeerd.

Om meer details van de verborgen kop aan het licht te brengen, gingen materiaalwetenschapper Joris Dik en zijn collega's het schilderij opnieuw te lijf met röntgenstralen – maar nu met een ander meetprincipe: in plaats van het gehele schilderij door te lichten, tastten ze de 17,5 bij 17,5 centimeter grote uitsnede met de kop punt voor punt af met een slechts een halve millimeter dikke, extreem sterke röntgenstraal. In totaal ging het om 90.000 pixels, die stuk voor stuk twee seconden lang werden bestraald om de atomen in het betreffende gebied te activeren.

Wat de onderzoekers daarbij interesseerde, was de straling die de atomen bij terugkeer in hun oorspronkelijke toestand vrijgaven. Dit geeft informatie over de identiteit van de aanwezige elementen en tevens een indicatie van de hoeveelheid daarvan. In dit geval waren dat vooral barium, chroom, ijzer, koper, zink, lood, arseen, antimoon, kobalt, kwik en mangaan. De clou: het gecompliceerde puntraster stelde de wetenschappers in staat de verdeling van deze elementen uiterst nauwkeurig in kaart te brengen en zo de voor het gras gebruikte kleuren te onderscheiden van die van de kop.

De onderzoekers ontdekten dat kwik en antimoon bijzonder sterk met de kopvorm waren geassocieerd. Kwik werd voornamelijk aangetroffen op de lippen en wangen van het gezicht – zones die gewoonlijk worden weergegeven met een rozige kleur en daarom waarschijnlijk het rode pigment vermiljoen bevatten, concludeerden Dik en zijn team. Het antimoon was wat moeilijker te plaatsen. Een vergelijking van de spectra van verschillende antimoonhoudende pigmenten en de analyse van een microscopisch klein monster dat de onderzoekers namen aan de rand van een al afgebladderde plek, wees uiteindelijk uit dat dit zware metaal hoogstwaarschijnlijk afkomstig is uit het pigment Napels geel, dat Van Gogh weleens mengde met zinkwit en gebruikte om bepaalde plekken op te lichten en zo te accentueren.

Met behulp van deze gegevens voerden de onderzoekers een aantal computerberekeningen uit, aan de hand waarvan ze een soort kleurenfoto van de kop maakten. Zo konden ze deze voor het eerst in detail bekijken: het ging om een in donkere, aardachtige tinten gehouden portret van een oudere vrouw. De resolutie van de afbeelding is zo goed, dat zelfs de afzonderlijke penseelstreken herkenbaar zijn. Desondanks stemt de reconstructie niet volledig overeen met het origineel, aldus Dik: sommige kleuren, bijvoorbeeld roet als zwart pigment en enkele bruintinten, kunnen met de röntgenmethode niet zichtbaar worden gemaakt. Het oorspronkelijke schilderij was dus waarschijnlijk nog donkerder dan de computerreconstructie.


Dik vermoedt dat het portret stamt uit een periode waarin Van Gogh voor studiedoeleinden regelmatig boeren en hun families in hun sombere woonomgeving schilderde. Het zou behoord kunnen hebben tot een serie schilderijen die de schilder naar zijn broer Theo heeft gestuurd, die in Parijs een galerie had, speculeert de wetenschapper. Toen hij daar twee jaar later zelf heen reisde, vond hij het provinciale motief mogelijk te ouderwets en te deprimerend – en overschilderde hij het resoluut met een moderner, kleurrijker schilderij in Parijse stijl.

Maar misschien was het ook alleen Van Goghs benarde financiële situatie die hem ertoe dwong eerder gebruikte doeken opnieuw te beschilderen. Zeker is dat "Grasgrond" niet het enige schilderij is met een geheim: experts schatten dat er onder een derde van Van Goghs vroege werken nog een ander motief schuilgaat.