21.10.2010

Gekleurde aders

Rood is taboe: bij elektriciteitskabels en -leidingen zorgt een EU-overeenkomst nu voor uniforme kleuren

Geel-groen voor de beschermingsleiding, blauw voor de nulleiding en bruin, zwart of grijs voor de fase: zo worden de aders van laagspanningsleidingen in de gehele EU van elkaar onderscheiden. Foto: foto.fritz, PhotoCase.com

Bij het aansluiten van lampen en elektrische apparaten gaat het er vaak bont aan toe: uit de aansluiting komen kabels in allerlei kleuren naar buiten die onervaren doe-het-zelvers vaak in verwarring brengen. Voor vakmensen bevatten de kleuren van de kabeladers daarentegen belangrijke informatie. Sinds er een nieuwe versie is verschenen van de kleurennormen voor laagspanningskabels, zijn de aderkleuren in geheel Europa geharmoniseerd.

Nu is het niet zo dat fabrikanten de kleuren van hun kabels voor die tijd naar eigen goeddunken konden kiezen. Ook toen golden er al regels die de aderkleuren bindend vastlegden, zoals de voorschriften van de "Deutsche Kommission Elektrotechnik Elektronik Informationstechnik" in Duitsland. Zo moest de zogenaamde beschermingsleiding van een kabel al voor de harmonisatie op Europees niveau geel-groen van kleur zijn. Deze regel voor de kleuren van de beschermingsleiding, die bedoeld is om de stroom in geval van onvoorziene contactspanningen naar aarde te leiden, geldt volgens de nieuwe EU-voorschriften nog steeds.

De beschermingsleiding heeft echter niet altijd deze kleuren gehad: toen deze kabelader, die ook vaak aardkabel wordt genoemd, pas werd gebruikt, was deze in ieder geval in Duitsland rood gemarkeerd. Maar omdat ook andere kabels een rode isolatie mochten hebben, kon dit aanleiding geven tot gevaarlijke vergissingen. Daarom mag er in netspanningsleidingen tegenwoordig geen rood meer worden gebruikt.

Evenzo mogen de kleuren geel en groen, die inmiddels zijn gereserveerd voor de beschermingsleiding, niet meer worden gebruikt in andere aders. Zo is de nulleiding, die vaak met de beschermingsleiding wordt verwisseld, tegenwoordig gemarkeerd met blauw. Anders dan de beschermingsleiding is de nulleiding ook bedoeld om bij normaal gebruik stroom te geleiden. De blauwe kleur van deze kabelader was overigens voor inwerkingtreding van de EU-norm in vele landen ook al gebruikelijk.

Wel veranderd zijn de kleuren van de zogenaamde fasen. Dit zijn aders die tijdens het gebruik van een apparaat onder spanning staan en geen nulleiding zijn. Vóór de Europese harmonisatie, waarvoor de regels zijn vastgelegd in de norm HD308 S2 die sinds april 2006 van kracht is, waren de kleuren van de fasen beperkt tot bruin en zwart. Met de wijziging van de voorschriften is hier grijs als derde kleur bij gekomen.

Daarmee is voor het eerst ook de voorgeschreven volgorde van de kleuren bij meer dan vier aders eenduidig geregeld. De volgorde van de aders in een kabel is altijd beschermingsleiding – nulleiding – fasen, dus bij een kabel met vijf aders geel-groen – blauw – bruin – zwart – grijs. Misschien zijn de nieuwe kleuren voor doe-het-zelvers die hun lampen tot nu toe niet zelf hebben aangesloten, nog steeds verwarrend, maar voor de vakman is de bonte wirwar van kabeladers van vroeger nu een overzichtelijk geheel geworden.