17.02.2011

De kunstbeweging "De Stijl"

Met radicaal kleurpurisme naar een nieuwe esthetiek
Deze in 1917 opgerichte beweging vernieuwde de architectuur en de kunst, waarbij ze zich beperkte tot het gebruik van primaire kleuren en rechte lijnen

Ontwerp van een ruimte door Piet Mondriaan uit 1926: de kunstenaar gebruikt naast zwart en wit alleen de primaire kleuren rood, geel en blauw.
Ontwerp van een ruimte door Piet Mondriaan uit 1926: de kunstenaar gebruikt naast zwart en wit alleen de primaire kleuren rood, geel en blauw.

Veel kleuren kwamen er in de puristische werken van de kunstenaars van "De Stijl" niet voor. De kunstbeweging "De Stijl"ontstond rond 1917 in Nederland, waar Theo van Doesburg en Piet Mondriaan een gelijknamig tijdschrift waren begonnen. Bij deze uit schilders, architecten, designers en beeldhouwers bestaande beweging waren alleen rood, geel en blauw als primaire kleuren en zwart en wit als zogenaamde niet-kleuren toegestaan. Daarnaast overheersten in het werk van deze kunstenaars heldere lijnen en vormen.

Het doel van de kunstenaars was niet minder dan het vernieuwen van de schilderkunst, de beeldhouwkunst en de architectuur met als uitgangspunt een tot het elementaire gereduceerd geometrisch vormenvocabulaire. En daarin zijn ze geslaagd: met het tijdschrift en hun werk hebben ze lange tijd niet alleen de kunst sterk bepaald, maar vooral ook de architectuur. De architectuuropvatting van "De Stijl" heeft later tevens het Bauhaus en de architectuur van de Nieuwe Zakelijkheid beïnvloed.

Individualiteit en natuurlijke vormen waren "uit", iedere vorm van opsmuk was verboden, verstand en functionaliteit, d.w.z. abstracte geometrische vormen en heldere kleuren stonden op de voorgrond. Zo was er in de inleiding van de eerste uitgave van het tijdschrift "De Stijl" te lezen: "Dit tijdschriftje wil zijn eene bijdrage tot de ontwikkeling van het nieuwe schoonheidsbewustzijn. Het wil den modernen mensch ontvankelijk maken voor het nieuwe in de Beeldende Kunst. Het wil tegenover de archaïstische verwarring – het "moderne barok" – de logische beginselen stellen van een rijpende stijl, gebaseerd op zuivere verhouding van tijdgeest en uitdrukkingsmiddelen."

In de theorieën over kunst van Van Doesburg en Mondriaan klinken er elementen van verschillende filosofen door. Hun basisprincipe van het dualisme – tussen het objectieve en het subjectieve, abstractie en natuur, asymmetrie en symmetrie, vierdimensionaliteit en driedimensionaliteit, kleur en niet-kleur – is vooral beïnvloed door de filosofie van Plato en Hegel. Zo begon het in november 1918 verschenen eerste "De Stijl"-manifest met de woorden: "Er is een oud en een nieuw tijdsbewustzijn. Het oude richt zich op het individueele. Het nieuwe richt zich op het universeele. De strijd van het individueele tegen het universeele openbaart zich, zoowel in den wereldkamp als in de kunst van onzen tijd."

Van Doesburg liet zich sterk leiden door het idee dat met een symbolische kunst die rijk was aan geometrische implicaties, een nieuwe, transparante, evenwichtige en rationele wereld kon worden gerealiseerd. De schilderijen, beelden en architectonische ontwerpen van de leden van "De Stijl" waren dan ook een bekentenis aan een universele harmonie. De schilderijen zijn abstracte composities waarin slechts enkele basisvormen worden gebruikt. Ze bestaan uit rechte lijnen, rechte hoeken, de drie primaire kleuren en de drie neutrale kleuren zwart, wit en grijs. Zelfs de taal is vrij van tussentonen. Door deze reductie van de taalmiddelen waren individuele gevoelsuitingen nauwelijks nog mogelijk.

In overeenstemming met het ideaal van de beweging moest architectuur volgens "De Stijl" worden gekenmerkt door strenge functionaliteit, rechthoekige vlakken en zuivere kleuren ter aanduiding van ruimtelijke relaties. Van Doesburg kende de architectonische ruimte principieel een "ongebeelde, blinde leegte" toe. Voor hem betekende het gebruik van kleur dat een ruimte hierdoor beleefbaar kon worden gemaakt.

De elkaar doordringende vlakken moesten daarbij ten opzichte van elkaar vrij spel hebben. De manier waarop Van Doesburg kleur gaf aan een ruimte, was gebaseerd op de bewuste spanningsverhouding tussen de kleuren onderling, waarbij niet de kleurenharmonie op de voorgrond stond, maar een bewuste dissonantie. Zo vormen verschillende geel-, rood- en blauwtinten telkens een veldpaar dat wordt omgeven door grijze, witte en zwarte wandvelden.

Op deze manier verdeelde Van Doesburg bijvoorbeeld bij zijn vormgeving aan de voormalige kazerne Aubette in het centrum van Straatsburg de wand- en plafondvlakken onder in een gecompliceerd geheel van rechthoekige velden in primaire, maar ook secundaire en niet-bonte kleuren. Zo creëerde hij een van de bestaande architectuur onafhankelijk, nieuw ruimte-ervaren. Het interieurontwerp van de Aubette, dat Van Doesburg maakte in samenwerking met de dadaïsten Sophie Taeuber-Arp en Hans Arp, is een van de belangrijkste bijdragen van "De Stijl" aan de architectuur. Bij het publiek vond de kleurstelling destijds echter weinig weerklank.

"De Stijl" was eerder een forum dan een vaste groep. Zo leverden naast de kleine kring van Nederlandse kunstenaars ook Russische constructivisten als El Lissitzky, Italiaanse futuristen als Gino Severini en dadaïsten als Kurt Schwitters, Hans Arp en Sophie Taeuber-Arp een bijdrage aan gemeenschappelijke werken. Ook waren de hoofdprotagonisten Van Doesburg, Mondriaan en Oud het niet altijd met elkaar eens. In de loop der jaren raakten hun opvattingen over kleur en architectuur steeds verder van elkaar verwijderd met heftige twistgesprekken als gevolg. Aan de invloed van de beweging op het esthetische bewustzijn van een complete generatie heeft dit niets afgedaan.