Wir verwenden Cookies, um bestimmte Funktionen unserer Website zu ermöglichen und Zugriffe auf unsere Website zu analysieren. Wenn Sie auf unserer Website weitersurfen, stimmen Sie der Nutzung von Cookies zu. Mehr Informationen hierzu finden Sie in unserer Datenschutzerklärung.

Ok

 

01.03.2012

Bleek maar fijn

Voor het telen van witte groente zijn speciale teelttechnieken nodig

Bij groenten speelt kleur een belangrijke rol. Terwijl krachtige kleuren een intensieve smaak beloven, zijn witte groentesoorten gewoonlijk mild en fijn van smaak. Van oudsher investeren tuinders daarom veel tijd in het bleken van asperges, witlof en andere witte groenten. In ieder geval bij witlof en andijvie gebeurt dit niet alleen uit optische overwegingen: wanneer ze niet gebleekt zouden worden, zouden deze groentesoorten veel te bitter zijn.

Foto: prokop, Photocase.com

Preistengels zijn aan de onderkant wit, omdat ze elke keer weer met aarde worden bedekt. Foto: prokop, Photocase.com

Foto: jadon, Photocase.com

Foto: jadon, Photocase.com

 

Of het nu gaat om asperges, bloemkool, witlof, andijvie, prei, bleekselderij of Romeinse sla, net als iedere andere plant worden ook bleke groenten in het zonlicht groen. Want licht geeft het startschot voor de vorming van groen chlorofyl, dat zorgt voor de fotosynthese. Om dit te voorkomen, heeft de mens voor bleke groenten de meest uiteenlopende teelttechnieken bedacht.

Zo begraven aspergetelers de gehele plant onder een aarden wal en bedekken ze deze meestal ook nog met zwart folie. Dit voorkomt dat de aspergeloten nog voor de oogst het aardoppervlak bereiken en dat de kopjes tegen de bedoeling in groen of violet kleuren. Omdat de tere loten hard moeten werken om zich een weg naar het oppervlak te banen, zijn witte asperges dikker dan groene asperges, die in het licht groeien.

Bij prei en bleekselderij is het voldoende, wanneer de planten tijdens hun groei regelmatig opnieuw met aarde worden bedekt. Zo blijft het onderste gedeelte wit en kleurt alleen de bovenkant groen. Een dergelijk kleurverloop van wit naar groen is ook kenmerkend voor andijvie. Anders dan kropsla en ijsbergsla vormt andijvie geen gesloten krop. Om ervoor te zorgen dat de binnenste bladeren toch zo licht mogelijk blijven, leggen ervaren tuinders kort voor de oogst een bord of iets dergelijks op het hart van de plant. Zo wordt de bittere smaak van de groene andijviebladeren verzacht.

Witlof smaakt in groene toestand zelfs zo bitter, dat het niet te eten is. Om de stronken licht te houden, worden de witlofwortels in de herfst in kassen bedekt met aarde of zand en beschermd tegen licht. Omdat deze manier van telen echter bijzonder arbeidsintensief is, worden de planten tegenwoordig meestal niet meer afgedekt met aarde. In plaats hiervan worden de stronken bewaard in donkere kisten en regelmatig besprenkeld met water en vloeibare voedingsstoffen. Zo lopen de wortels ook zonder aarde uit en kunnen de tere stronken als sla worden geoogst.

Dankzij de moderne teelttechnieken is het in ieder geval bij andijvie en bleekselderij inmiddels gelukt zelfblekende soorten te ontwikkelen. Deze zijn zo dicht, dat ze zichzelf tegen het zonlicht beschermen. Even autonoom is ook de ivoorkleurige bloemkool. De dikke dekbladen van deze groente beschermen de krop tot kort voor de oogst tegen het licht. Pas wanneer de kool een bepaalde dikte heeft, moeten de tuinders de plant een handje helpen en de bovenste dekbladen iets omknikken of de plant afdekken met lichtdicht folie. (lk)